Heksjeweltevree.jouwweb.nl
Home » Hekseninfo » Heksenvervolging

Burning Times, never again................................

Heksenvervolging:

Vanaf de 14e eeuw tot ver in de 16e eeuw werden mensen vervolgd voor Hekserij. Het boek Malleus Maleficarum heeft een rol gespeeld bij de beeldvorming over heksen. In plaats van de raadgevende, verzorgende en helende vrouw werd de vrouw weg gezet als een ruziemakende, gevaarlijke en voor rampspoed zorgende vrouw. Vrouwen waren omhuld met mysterie en waar er voorheen met respect naar dit mysterie werd gekeken, leek het nu juist de andere kant op te gaan. Veel mensen zijn slachtoffer geworden van marteling en moord. Zowel mannen als vrouwen. De beeldvorming over Heksen is eigenlijk nog niet veranderd. Vraag je aan iemand om een heks te omschrijven dan zal er waarschijnlijk een voorbeeld komen in de trant van:"een vrouw, gebocheld, zwart gekleed, zwarte kat, bezem, puntmuts, ketel om kindersoep te maken, sprookje, Hans en Grietje,". 

 

Museum Catharijneconvent heeft van 19 september tot en met 31 januari 2016 de tentoonstelling "de Heksen van Bruegel"

Bruegel creëerde het iconische heksbeeld zoals we dat nu nog kennen,

 

Naast het beeld van de vliegende Heks op bezem worden mensen die in onze tijd zeggen dat ze Heks of Pagan zijn toch een beetje raar aangekeken. Gek genoeg blijft het beeld bestaan wat er tijdens de Heksenvervolgingen is ontstaan. Helaas worden tot op vandaag vrouwen en mannen vervolgd om geloofsovertuiging, seksuele voorkeur etc. Er zijn nog steeds landen waar je beter niet kunt zeggen dat je Heks bent omdat je dan marteling en moord te wachten staat. Gelukkig kan ik in West-Europa mij vrij bewegen en gewoon zeggen dat ik een Heks ben. Misschien dat mensen hun wenkbrauwen kort optrekken, een grap maken o.i.d. maar vervolging hoef ik niet te verwachten. Toch is het goed om stil te staan bij de Heksenprocessen. Het leert ons waar hysterie tot kan leiden. In de volgende tekst wordt kritisch gekeken naar de omvang en daadwerkelijke geschiedenis van de Heksenvervolgingen. Daaronder staat een uitleg over de Heksenhamer. Het boek dat speciaal is geschreven om Heksen te vervolgen.

 

 

 

 

 

 

Recente ontwikkelingen in de studie van de Heksenvervolging in Europa.

 

Oorspronkelijke tekst van: Jenny Gibbons (met dank aan www.toverketel.com

http://draeconin.com/database/witchhunt.htm )

 

 

Sinds het einde van de jaren 70 heeft er een revolutie plaats gevonden in de studie naar Hekserij en de Heksenjacht in Europa. Velen theorieën die tot dan toe als relevant worden gezien zijn "weg gespoeld" door een stroom van nieuwe informatie. Helaas heeft deze informatie niet altijd zijn weg gevonden naar diegenen die zich bezighouden met populaire geschiedenis. Vele artikelen in Pagan bladen en op Paganistische websites zijn nog altijd gebaseerd op verouderd onderzoek die niet relevant blijkt te zijn.

 

 

Rond 1975 begonnen historici op systematische wijze Heksenprocessen te bestuderen.

Voor die tijd hadden zij hun onderzoek gebaseerd op Heksenjacht propaganda zoals de Heksenhamer en preken tegen Heksen en pamfletten over sensationele processen.

 

 

Er was in de loop der tijd echter beter materiaal beschikbaar gekomen.

Rechtbanken die Heksen veroordeelden documenteerden hun rechtszaken. In deze documentatie vond men uitslagen van processen, lijsten van geconfisqueerde goederen, vragen die werden gesteld tijdens verhoor en beantwoording van verdachten. De Heksenjagers baseerden hun materiaal vaak op wat zij van derden hadden gehoord.

Verder hadden zij alle redenen om te overdrijven; hoe meer Heksen, hoe groter de bedreiging, hoe nuttiger hun werk was.

 

 

Het nadeel van de informatie vanuit de Rechtbanken is dat er erg veel materiaal onderzocht moest worden. De Heksenprocessen stonden genoteerd tussen miljoenen andere processen die door de Rechtbanken waren behandeld.

De enige historicus die zich aan deze studie waagde was G. l'Estrange Ewen in 1929. In '" Witch hunting and Witch trails" beschreef hij 30 keer zoveel processen als zijn voorgangers die processen in Engeland hadden bestudeert.

In de jaren 70 traden onderzoekers in Ewen's voetsporen en sindsdien is zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het aanwezige studiemateriaal sterk verbeterd.

 

 

Een andere belangrijke doorbraak in het onderzoek van de Heksenjacht in Europa gebeurde in 1972. Twee onderzoekers ontdekten dat een beroemde serie van Heksenprocessen in feite nooit had plaats gevonden. In 1829 schreef Etiennne Leon de Lamothe- Langon "Histoire de l'Inquisition en France" waarin hij grote Heksenprocessen beschreef in Zuid Frankrijk in het begin van de 14-de eeuw. De Inquisitie van Toulouge en Carcasonne zouden honderden mensen de dood hebben ingestuurd, zelfs 400 vrouwen op een dag.

Norman Cohn en Richard Kieckhefer vonden tijdens hun onderzoek dat Lamothe- Langon geen historicus was maar een schrijver van horror boeken. Verder bleken de bronnen van zijn boek niet te bestaan.

 

Daarnaast beschreef hij bepaalde mensen in functies in perioden dat zij al lang overleden waren, of die functies al niet meer vervulden.

Helaas had de informatie van Lamoteh-Langon zijn weg al gevonden naar historici en ook naar boeken zoals "The Wiccan mysteries" van Raven Grimassi" en " The Holy Book of Women's mysteries" van Z. Budapest.

 

 

Het beeld dat geschetst wordt door de huidige onderzoeken lijkt weinig op het idee wat wij tot nu toe hadden van de Heksenvervolging in Europa.

Populaire Geschiedenis beschrijft de Heksenvervolging in de Middel Eeuwen (5-14de eeuw). De Heksenjacht zou het gevolg zijn van het sterker worden van de Katholieke Kerk in deze periode die de Heksenjacht aanwakkerde om rivalen uit de weg te ruimen.

 

Modern onderzoek verwerpt deze theorie in zijn geheel:

A-

 

Alle premoderne Europese gemeenschappen geloofden in magie en hadden wetten tegen magisch misdaad. Bijvoorbeeld de Romeinen en Germanen hadden wetten tegen zwarte magie. Het is logisch dat een gemeenschap die gelooft in magie mensen zal straffen die deze magie misbruiken.

 

De eerste christelijke missioneren moedigden gekerstende koningen aan om wetten uit te vaardigen om mensen te beschermen tegen beschuldiging van Hekserij. Het geloof in Hekserij werd als antichristelijk gezien. In de 5de eeuw besloot de Synode van St. Patrick dat diegene die iemand voor Heks had uitgemaakt, geen toegang tot de Kerk had.

 

In de Middeleeuwen bleven de wetten voor magie bijna hetzelfde. Magie die schade berokkende werd bestraft. De Kerk verbood gebruik van magie en gaf relatief milde straffen aan diegene die werd veroordeeld. Bijvoorbeeld 12 maanden op water en brood voor een vrouw die hekserij en betovering had uitgevoerd (Confession of Egbert 950-1000 ce)

 

Aan het eind van de Middeleeuwen begon de houding tegenover Hekserij te veranderen. In het begin van de 14de eeuw waren er meerdere paniek aanvallen en ideeën over complotten tegen de Kerk door Joden, leprozen, Moslims en Heksen. Na de periode van de Zwarte Dood (1347-1349) werden deze paniek aanvallen erger en waren vooral gericht op Heksen en vrouwen die waarschijnlijk de Zwarte Dood brachten.

 

Heksen processen vermeerderde zich langzaam maar zeker. De eerste massa processen begonnen in de 15de eeuw. Aan het begin van de 16de eeuw verminderde het aantal maar rond 1550 nam het aantal drastisch toe. Wat wij de 'Buring Times' noemen speelden zich vooral af ronde 1550-1650. Rond de 17de Eeuw was het plotseling voorbij en aan het eind van de 18de eeuw was de heksenvervolging afgelopen in Europa.

 

 

 

B-

Men dacht dat de Heksenjacht vooral in Zuid-Frankrijk begon. Het blijkt dat de meesten processen zich afspeelden in Centraal Europa- Duitsland , Zwitserland en Oost Frankrijk. Het verschil in slachtoffers was groot per gebied; van 26000 doden in Duitsland tot 4 in Ierland.

Plotselinge Heksenwaan gebeurde soms in plaatsen waar zowat geen Heksenprocessen plaats vonden. Bijvoorbeeld Wurzburg in Duitsland.

De ergste Heksenvervolging was in plaatsen en tijdens perioden waarin de Katholieke Kerk aan kracht inboette. Bijvoorbeeld tijdens de Reformatie toen de kerk in Katholieke en Protestante groepen uiteen viel. In landen als Italië en Spanje waar de Inquisitie vrij spel had was Heksenvervolging een uitzondering.

De ergste vervolging vond plaats in Zwitserland en Duitsland waar rivaliserende Christelijke Groepen elkaar probeerden te overheersen. Daar waar een sterk centraal beheer was, was weinig heksen vervolging. Daar waar de Staat en Kerk het zwakste was , was de heksenjacht op zijn ergst.

 

 

 

C-

Langdurig heeft men de Kerk als DE verantwoordelijke gezien voor de Heksenjacht in Europa. Wij weten nu dat daar geen enkel bewijs voor is. Toen de Kerk op zijn hoogte punt van macht was (11de-14de Eeuw) stierven er slechts enkele Heksen. De vervolging bereikte haar epidemisch niveau na de reformatie toen de Kerk haar onbetwiste positie als moreel autoriteit had verloren.

 

 

De meesten Heksen werden tot de dood veroordeel door niet-kerkelijke rechtbanken. Kerkelijke rechtbanken veroordeelden vele Heksen maar meestal niet met straffen die de dood als gevolg hadden. Een heks werd geëxcommuniceerd, in het gevang gezet, lijfstraffen gegeven maar zelden gedood.

 

De Inquisitie heeft vrijwel alle Heksen vrij gesproken die hun"misdaad" toegaven en om vergiffenis vroegen. De meeste Heksen werden veroordeeld door niet- kerkelijke rechtbanken. Plaatselijke rechtbanken veroordeelden 90% van alle mensen die beschuldigd werden van Hekserij. Nationale rechtbanken veroordeelden "slechts" 30 % tot de dood.

 

 

Waarom dit verschil??? De civiele rechtbanken hielden zich bezig met "zwarte Magie" zoals beschuldiging van moord door Zwarte kunst terwijl de Kerkelijke rechtbanken zich bezig hielden met Witte Magie als Healing, Divinati en Spells voor bescherming. Dit werd positiever gezien als vervloekingen.

 

De taak van de civiele rechtbanken was het beschermen van de gemeenschap door middel van het doden of opsluiten van wet-overtreders zoals Heksen. De taak van de Kerkelijke rechtbanken was een goed Christen maken van de boosdoener. Alleen zij die geen vergiffenis vroegen werden daarom geëxecuteerd.

 

 

De plaatselijke rechtbanken werden geleid door mensen uit de buurt die in de ban van de Heksenwaan waren terwijl de Staats Rechtbanken werden geleid door professionele mensen die minder beïnvloed waren door de plaatselijke hysterie.

 

De rol van de Inquisitie in de Heksenvervolging is zwaar overdreven. Om meerdere redenen maar vooral als gevolg van het boek "de Heksenhamer" is men de rol van de Inquisitie als dominant gaan zien. De schrijver Heinrich Kamer werd als een typische Inquisitor gezien; de Inquisitie was echter tegen dit boek en werkte niet met Kamer samen. De niet-kerkelijke rechtbanken gebruikte dit boek- de Inquisitie zelf niet.

 

In 1258 verbood paus Alexander IV de Inquisitie Hekserij te onderzoeken. In 1326 stond de Kerk de Inquisitie toe zich met Hekserij bezig te houden. Het idee van een Duivelse oorsprong van Hekserij was het gevolg. De Inquisitie speelde in feite een kleine rol in het vervolgen van Heksen.

 

Richard Kieckhefer vond 702 executies in heel Europa.

In de periode van 1300 tot 1500, waarvan 137 gevallen het resultaat waren van Kerkelijke rechtbanken of Inquisitie. Daar waar de Inquisitie actief was, Spanje en Italië, werden weinig heksen ter dood veroordeeld.

 

In Spanje zorgde de Inquisitie er zelfs voor dat er weinig processen waren. Rond 1609 was er een aanval van Heksen hysterie in Baskenland. La Suprema ( het hoofd van de Inquisitie) vaardigde een "Edict van Zwijgen" uit en verbood hier mee alle discussie over Hekserij.

 

De studies bewijzen dat er geen "gemiddelde heks " was. Er is geen karakteristiek die de meesten veroordeelden. Er waren een aantal factoren die de kans voor een beschuldiging verhoogde- de meesten waren oude,arm vrouw en niet getrouwd.

Van de veroordeelden Heksen waren slechts 2-20% bekend als Healers. De Healers hielpen vaak de Heksen jagers meer, dan dat zij slachtoffers waren. Traditionele genezers gaven Hekserij vaak als reden voor een ziekte en verkochten hun magie als medicijn. Velen hadden er ook geen moeite mee de naam te noemen van diegene die de vervloeking had uit gesproken. Artsen die de diagnose "Hekserij" gaven, gaven hun onmacht toe daar zij hier geen medicijn tegen hadden.

De meesten beschuldigde Heksen waren vrouwen. Er is echter een groot plaatselijk verschil. In IJsland waren 90% van de veroordeelden mannen. Centraal Europa doodde de meeste Heksen en zij doodde meer vrouwen dan mannen. In de Scandinavische landen werden even veel mannen als vrouwen beschuldigd van Hekserij maar zij werden niet ter dood veroordeeld.

 

Het aantal slachtoffer van de Heksenjacht in Europa word soms geschat op 9 miljoen. Men weet nu dat dit zwaar overdreven is. Het aantal tot de dood veroordeelde Heksen word nu tussen 40000-60000 geschat, dit aantal is zowel gebaseerd op processen die tot nu toe bekend zijn, als op schattingen over tot nu toe onbekend/verloren materiaal.

 

 

Voor onderzoek over de Heksen jacht in Europa heeft men nu de beschikking over 20 keer zoveel materiaal als 20 jaar geleden. Niet alleen historici onderzoeken deze periode maar ook antropologen en sociologen. Er is een groot verschil ontstaan tussen de academische wereld en de neo-pagan wereld wat betreft de visie op de heksenjacht. Wij blijven ons baseren op materiaal wat al achterhaald is en vermijden vaak de moeilijke en vaak saaie teksten van de onderzoekers

We zijn het onszelf verschuldigd om de  Heksenjacht in alle eerlijkheid te bestuderen. Wij zeggen: "Burning Times, never again", Hoe kun je voorkomen wat eens was als je niet weet wat er werkelijk is gebeurt......

 

De Heksenhamer nader uitgelegd:

 

Het boek Malleus Maleficarum, ook bekend als de Heksenhamer (letterlijk: de hamer van het opzettelijk kwaad), is geschreven in 1485-1486 door Heinrich Kramer (ook: Henricus Institoris), Het boek kwam eerst in Duitsland uit maar werd al snel gedrukt in geheel Europa. Het is een soort handboek voor de Heksenjacht en legt ook gedetailleerd uit hoe Heksen ondervraagd moeten worden en welke foltermethoden daarbij het meest effectief zijn.

 

De Malleus Maleficarum bestaat uit drie belangrijke delen. Het eerste wil bewijzen dat Hekserij wel degelijk bestaat, het tweede vertelt over de vormen die hekserij aanneemt en het derde en laatste deel beschrijft hoe Heksen herkend kunnen worden, voorgeleid en berecht.

 

Belangrijk hierbij te melden is het feit dat in eerste instantie de Heksenhamer niet serieus werd genomen, vandaar ook de benadrukking in het eerste hoofdstuk dat Hekserij wel degelijk zou bestaan.

 

De opkomst van het boek had waarschijnlijk te maken met het minder invloed hebben van de Kerk en het gerucht dat er binnen de Christelijke Kerk een sekte zou zijn ontstaan, toch werd dit door de gevestigde orde afgedaan als oude wijven klets en werd er mede door het document Canon Episcopi (waar Hekserij werd betwist) niet veel waarde aan gehecht. Er was geen voedingsbodem, totdat er omstreeks 1470 hongersnood kwam en er ziekten kwamen die mensen lieten twijfelen en gevoeliger maakte. Wat daarbij opvalt is dat er een grote mate van Antisemitische teksten kwamen, er zouden complotten zijn en christelijke kinderen zouden geofferd worden door Joden. Heinrich Kramer begon zich in te zetten om deze leugen te gaan verspreiden. Toch werd er zelfs vanuit Rome minachting voor het document getoond en bleek Kramer een vrouwenhater, Jodenhater en een leugenaar te zijn. Om het document meer aanzien te geven had hij de naam van Jacob Sprenger gebruikt, deze was echter een fel tegenstander. Toch is het boek meerdere malen herdrukt en gebruikt.

Op de site van

 Skepsis is een uitgebreide boekbespreking te vinden door G.C. Molewijk, Historicus.

http://www.skepsis.nl/heksenhamer.html

 

Eerste deel van de heksenhamer

 

Hierin werd Hekserij beschreven als een nieuwe list van de duivel, die nog snel de wereld wilde veroveren, want die zou naar zijn ondergang neigen. Het was zijn eindstrijd tegen het rijk Gods. Daarom had hij een nieuwe ketterij gezaaid, erger dan alle andere: die van de hekserij. De Heksen hadden een verbond met de duivel gesloten en zouden gemeenschap met hem hebben. Tot 1400 had de duivel zijn dienaren gerekruteerd tegen hun wil, maar daarna waren velen vrijwillig in zijn dienst gegaan. God stond de magie-beoefening toe om de zondaren te straffen en het geloof van de gelovigen te testen. De heksenvervolgers wilden nog vóór de wederkomst van Christus de wereld zuiveren van Heksen.

Dat er in dit deel zo op gehamerd wordt dat Heksen wel degelijk bestaan, is een reactie op gematigde ideeën uit die tijd die hun vraagtekens plaatsten bij het bestaan van heksen en magie. Dit gedeelte van de Malleus Maleficarum stelt dan ook zeer beslist, dat het twijfelen aan Hekserij gelijkstaat aan ketterij en als zodanig vervolgd zal worden.

 

Tweede deel. Enkele onderwerpen in de Malleus maleficarum

 

De systematische vervolging van Heksen als duivelaanbidders begon in Europa al in de vroege 14e eeuw. De nadruk lag echter nog steeds op de maleficiën. Pas in de tweede helft van de 16e eeuw begon het idee van het duivelspact goed veld te winnen. In Engeland heeft dit idee pas veel later enige opgang gemaakt. In de Malleus werd de heksensabbat nog niet genoemd.

In de Malleus maleficarum werd meer dan tot dan toe gewaarschuwd tegen de vrouw als het grootste gevaar. De vrouw zou van nature slecht, zwak en inferieur zijn. Verder zou zij ongelovig, eerzuchtig, wraakzuchtig, heerszuchtig en hebzuchtig zijn. Ondanks haar uiterlijke aantrekkelijkheid was het aan te raden om bij haar weg te blijven, want ze zou een onverzadigbare vleselijke begeerte hebben. Heksen werkten bij voorkeur in op het gebied van de voortplanting en de seksualiteit.

 

Opvallend is dat bepaalde groepen als immuun voor hekserij worden verklaard;

  • rechtsambtenaren,
  • zij die baat vinden bij de duiveluitdrijvingen van de Kerk door besprenkeld te worden met wijwater, of door kaarsen te dragen tijdens het feest van Maria-Lichtmis of palmtakken gezegend op palmzondag,
  • zij die op verschillende manieren gezegend zijn door goede engelen.

 

In het laatste hoofdstuk staan mannen, die een specifieke soort van magie bedrijven, beschreven;

  • boogschieters die pijlen op het kruis afschieten tijdens de mis op Goede Vrijdag,
  • mannen die bezweringen en talismans gebruiken,
  • mannen die wapens betoveren en er zo met blote voeten over kunnen lopen

 

Derde deel Vormen van Hekserij

  • Het offeren van ongedoopte kinderen aan de duivel en het opeten van kinderen. Die konden daardoor niet in de hemel komen: het getal der uitverkorenen zou daardoor langzamer bereikt worden, zodoende zou het laatste oordeel worden uitgesteld (het moment waarop de duivels voor eeuwig verdoemd zouden zijn).
  • Van de gekookte beenderen en ledematen van die kinderen (liefst eerstgeboren jongetjes), liet de duivel de heksen een zalf bereiden. Als zij daarmee een stok of stoel bestreken, zouden ze kunnen vliegen (er was ook een zalf die stilzwijgen bij de foltering bewerkstelligde). De duivel gaf de voorkeur aan vrouwen, want die hebben een sleutelpositie ten aanzien van ongeboren en jonggeboren leven.
  • Geslachtelijk verkeer met incubi en succubi. De geslachtsgemeenschap werd zonder meer als iets walgelijks gezien en als de manier waarop de erfzonde werd doorgegeven. Alleen mindere duivels moesten dit vieze werk opknappen. Omdat duivels alleen maar over een aangenomen, luchtachtig lichaam konden beschikken, konden uit het verkeer tussen vrouw en (mannelijke) incubus geen kinderen voortkomen. Daarom bezocht volgens Thomas van Aquino een (vrouwelijke) succubus een man, die onvrijwillig zijn zaad af moest staan. Dit werd door de succubus opgevangen en aan een incubus gegeven. Deze bracht dat in bij een Heks die vrijwillig en wellustig meewerkte. Hierdoor zou een nieuwe generatie Heksen ontstaan. De dochters van een Heks waren daarom uitermate verdacht.
  • Er waren Heksen die alleen maar mensen genazen, er waren er die zowel konden genezen als schade toebrengen, en er waren er die alleen maar schade toebrachten. Deze laatste groep was aan al het denkbare schuldig: het veroorzaken van hagelbuien, miskramen, misoogsten, tot en met het verslinden van de eigen kinderen toe. Ze konden vliegen door de lucht, ze konden zichzelf laten zwijgen tijdens de "ondervraging". Ze konden hun kwaad ook op afstand verrichten, want ze hadden het boze oog.
  • Als de Heksen ondervraagd werden door de inquisitie en de duivel was niet zeker van hun trouw aan hem, dan mishandelde hij ze vaak 's nachts in hun cel. De inquisiteurs konden dat 's ochtends zien aan hun gezwollen gezichten en blauwe plekken. De duivel zette hen er ook toe aan om te proberen zich na de bekentenis op te hangen omdat hij bang was dat ze zich zouden bekeren. Het was echter beter voor de Heksen als ze zich na de bekentenis ook nog bekeerden en dan pas verbrand werden, want dan mochten ze de sacramenten ontvangen en werden zij vóór het verbranden genadiglijk gewurgd. Door de vuurdood werden zij bevrijd uit het duivelse verbond en konden toch nog zalig worden. Heksen die hardnekkig zwegen tijdens de ondervraging werden daarbij door de duivel geholpen omdat hij zeker was van hun trouw aan hem.
  • Bijzonder verdacht waren vroedvrouwen. Vroedvrouwen doodden zoveel mogelijk kinderen in de moederschoot, wekten een abortus op, of ze wijdden de pasgeborenen aan de duivel. Deze aan de duivel gewijde kinderen waren definitief van de genade beroofd en werden ook Heks, voorbestemd tot eeuwige verdoemenis. Dochters van Heksen waren ook tot Hekserij geneigd: het hele nakomelingschap gold als geïnfecteerd. Hoofdbron van deze informatie waren de bekentenissen van een jong meisje, wier tante (een vroedvrouw) voor haar ogen als Heks was verbrand. Het meisje (dat zich na de marteling bekeerd had) gold als een geloofwaardige getuige, want de geleerde Nider had rond 1450 precies hetzelfde gesteld als door haar bevestigd was.

 

Mensen gingen vaak naar oude vrouwtjes voor de opheffing van beheksing bij zichzelf of bij hun vee en gewassen. De wereldse machten achtten dat prijzenswaardig, de kerkelijke niet, want zowel beheksing als ontheksing zouden het werk van de duivel zijn. De duivel had een afspraak met de heksen om de taken te verdelen, de een behekste, de ander onthekste. Mensen vroegen vaak om raad aan de Heksen, maar die wilden een tegenprestatie: eerst klein, dan steeds groter (bijvoorbeeld eerst in de kerk op de grond spuwen als de hostie getoond werd en uiteindelijk moesten ze aan het geloof verzaken). De duivel beloofde van alles en haalde het zieltje langzaamaan binnen. De duivel had alleen geen vat op kuise mensen, inquisiteurs en rechters.

 

De duivel behaalde natuurlijk de meeste winst met het veroveren van deugdzame vrouwen, maar hij had het gemakkelijkst vat op ondeugdzame vrouwen: minnaressen, hoeren en overspelige vrouwen en vrouwen met maatschappelijke problemen.

  • oude en armlastige vrouwen beloofde hij geld of goederen
  • jonge meisjes die een echtgenoot wilden, beloofde hij schoonheid en genot
  • de duivel verleidde ook jonge vrouwen die in de steek waren gelaten; ze voelden zich verraden en vernederd en wilden zich wreken en kwamen daarvoor bij de heksen. Ontelbare heksen zijn er op deze manier ontstaan.

 

 

 

Klik hier om een tekst te typen.